Nederlands onderwijs is een ruwe diamant

Nietsvermoedend tweette ik op het nationale leerfeest rond de uitreiking van de awards voor excellente scholen’ in Amersfoort een kritische uitspraak van gastspreker professor Alma Harris:

A system with excellence and without equity
isn’t a high performing system

Het aantal positieve retweets en reacties uit binnen- en buitenland was overweldigend. Het lijkt erop dat we ons in Nederland inderdaad niet goed bewust zijn van de kracht van ons onderwijs. Dat bleek ook in latere workshops toen Alma de zaal confronteerde met de volgende waarneming: ‘Nederland staat in de top van de PISA lijstjes, heeft de gelukkigste kinderen, jullie hebben een rijke pedagogische traditie, zijn model wereldburgers: tolerant, innovatief en creatief en het allerbelangrijkste jullie hebben als een van de weinige landen ter wereld een goed evenwicht tussen ‘excellence and equity’ in je onderwijssysteem en dat ook nog eens tegen redelijke kosten’. Op de vraag ‘Wat is jullie geheim?’, werd het steeds oorverdovend stil……

Zijn we te bescheiden? Valt het ons niet meer op, omdat we alleen onze eigen pedagogische provincie als referentiekader nemen? Hebben we er eigenlijk ooit goed over nagedacht wat ons onderwijs zo goed en uniek maakt? In de epilogen van Finnish Lessons en World Class Learners deed ik eerder een eerste poging om de kracht van het Nederlandse onderwijs te duiden. Bij internationale vergelijking valt het volgende op:

  • Artikel 23 van de grondwet regelt onze Vrijheid van Onderwijs. Het is een groot goed dat we tot op de dag van vandaag scholen kunnen stichten met een uniek pedagogisch-, onderwijskundig-, organisatorisch- en/of levensbeschouwelijk profiel. Uit onze grondwet spreekt maatschappelijk vertrouwen in de creatieve scheppende kracht van mensen (individu) en geloof in een ‘civil society’. De grondwet biedt ons enerzijds de professionele ruimte om het systeem steeds aan te passen aan veranderende maatschappelijke omstandigheden, terwijl anderzijds ook de deugdelijkheid van het onderwijs gewaarborgd blijft.
  • Uit de vergelijkingen blijkt dat Nederlandse kinderen tot de gelukkigste van de wereld gerekend mogen worden. Dat komt mede omdat er in ons onderwijs zoveel aandacht is voor de pedagogiek. Bekwaamheidseisen en curricula van lerarenopleidingen gaan uit van het concept van ‘brede’ professionaliteit. We proberen niet alleen te begrijpen wat zich afspeelt in het hoofd van een kind, maar hebben minstens zoveel aandacht voor de sociale context, het gevoelsleven en de harmonische ontwikkeling van een kind.
  • Uniek is ook het gegeven dat een  bevoegd gezag zelf haar personeel mag benoemen. In ons land hebben leraren geen ambtenarenstatus, zoals in vele andere landen. Leraren en schoolleiders zijn autonome professionals, die zeer verantwoordelijk werk doen. Aan (het onderhouden van) de bekwaamheid worden dan ook terecht hoge eisen gesteld. De hernieuwde maatschappelijk belangstelling voor de beroepskwaliteit van leraren en schoolleiders is een veelbelovend aanknopingspunt.
  • Nederland is ook ‘mondiaal competent’. Door onze gunstige ligging, onze handel en onze ondernemingszin zijn we al sinds de Gouden Eeuw internationaal georiënteerd. We staan open voor andere culturen, zijn intercultureel begaafd, hebben goed talenonderwijs en een wijdvertakt internationaal netwerk in alle sectoren.
  • Nederland kan ook bouwen op een rijke ‘culturele’ traditie. Van schilderkunst tot architectuur, van mode tot design, van innovatieve games tot dance industrie. Al eeuwenlang wordt vol bewondering naar Nederlandse creatieve uitingen gekeken.
  • Nederland kent naast universiteiten ook hoger beroepsonderwijs. In een recent rapport stelt de OECD dat het hbo van groot belang is voor het innovatieve vermogen van de Nederlandse samenleving onder meer door de sterke banden met het bedrijfsleven. Daarnaast groeit het aantal sociale innovaties en zien we meer publiek-publieke samenwerking ontstaan door hbo onderzoek.

De optelsom van deze en ongetwijfeld vele andere argumenten ontlokte Alma de uitspraak: ‘A system with excellence and without equity isn’t a high performing system. Your country has a high performing system’.

Alma daagt ons uit: ‘Gooi die bescheidenheid nu eens opzij en etaleer op de internationale podia waar je trots op bent in je onderwijssysteem, waarom het welzijn van kinderen hier zo goed is, hoe je er als systeem in slaagt om met al die spanningen in de samenleving om te gaan, hoe je een toekomstbestendig curriculum bouwt. Zo’n brede maatschappelijke dialoog als Onderwijs2032 ben ik nog nergens tegengekomen. Onderwijs doet er hier toe. Ik heb gezien dat jullie excellente scholen hebben en jullie hebben dit jaar opnieuw een genomineerde voor de Global Teacher Prize. Benut die krachten in het systeem om je internationaal veel beter op de kaart te zetten. Nederland heeft de wereld zo veel te bieden ook op onderwijsgebied’. De daad bij het woord voegend tweet ze:

alma tweet

We nemen die handschoen op en gaan met Alma aan de slag om Nederland eens goed op de internationale onderwijskaart te zetten. Mocht je daar ideeën over hebben, of mee willen doen laat het ons weten via info@thedutch-way.com

Blog als pdf artikel downloaden >>>

Heb je even tijd …

Afgelopen week verscheen was er een uitzending van het KRO-NCRV programma ‘De Monitor’ waarin DUO Onderwijsonderzoek de resultaten publiceerde van een onderzoek onder 861 basisschoolleraren over de werkdruk in het basisonderwijs. 80% ervaart een hoge werkdruk, 56% vindt de werkdruk onacceptabel en 29% heeft werk gerelateerde gezondheidsklachten is te lezen in het rapport. Een zorgelijke situatie.

Dit was natuurlijk onderwerp van gesprek bij de koffieautomaat en in menig teamlokaal. De teneur: herkenbaar en vele over elkaar buitelende verklaringen. In een meer systematische verkenning met een groep basisschoolleraren en studenten kwamen we in willekeurige volgorde tot de volgende top 10 van tijd- en energielekken:

#1 Doorgeschoten opbrengstdenken
Wat vroeger in kerndoelen vervat was, is nu verpakt in doorlopende leerlijnen. De eisen die aan taal, lezen en rekenen worden gesteld en alle toetsing die hiermee samenhangt, heeft het evenwicht in het curriculum volledig verstoord en het ritme uit het lesprogramma voor de kinderen gehaald. Instructie, begeleiding en remediëring van de basisvakken vragen zoveel tijd in het rooster dat andere vakken naar de (vrijdag)middag verschoven zijn of er regelmatig helemaal bij inschieten. De boog staat daarmee voortdurend gespannen. Van afwisseling en een natuurlijk ritme van denk- en doe-activiteiten is al lange tijd geen sprake meer. Wie leest er nog voor? Gaat er regelmatig met de klas naar buiten? Heeft er nog zin in een buitenschoolse activiteit?

#2 Keuzestress door de methode
Wat vroeger een duidelijke methode was met één of hooguit twee boekjes per vak per jaar, is via kopieerbladen, een werkboekje en de zelfcorrigerende loco-doos nu uitgegroeid tot een uitgebreide taal- of rekentuin met een voorloper (voor de allerkleinsten), basis-, verrijkend en remediërend materiaal, software en online tips, waar leraren naar hartenlust uit mogen kiezen. Een goede voorbereiding is ook nu nog steeds het halve werk, maar vraagt wel veel meer selectie- en kopieertijd.

#3 Niet meer zo passend onderwijs
Waar je vroeger met Praxis 16 Pedagogisch Didactisch Onderzoek (de twee bekende oranje boeken) zo ongeveer de halve basisschool mee kon diagnosticeren, is nu een goed gevulde orthotheek, specialisme, overleg en overdracht nodig om een passend ontwikkelarrangement aan ieder kind te kunnen bieden. De tijd van het BHV-model ligt ver achter ons. Meer (voor de HB’tjes), minder (voor de wat tragere leerlingen) of ander onderwijs (voor de gedragsproblemen) vraagt van leraren niet alleen dat ze concertmeester zijn in het orkestreren van alle aangepaste programma’s, maar ook dat ze een duizendpoot zijn in hun klassenorganisatie en kunnen jongleren met onderzoeksresultaten en alle nieuwe kennis uit professionaliseringsactiviteiten.

#4 Uitdijende registratie
Wat vroeger in een rode of blauwe cijferlijst ging (inclusief absentie) vraagt nu een uitgebreide basisadministratie, een leerling(achter)volgsysteem (soms met een apart sociaal-emotioneel deel), overdrachtsdossiers en verwijzingsrapporten. De geautomatiseerde systemen worden regelmatig geüpdatet of vervangen, software communiceert niet met elkaar en leraren zien zich regelmatig genoodzaakt om op verschillende plaatsen dezelfde informatie (opnieuw) in te voeren. Daarnaast laat het gebruiksgemak nog wel wat te wensen over. Naast tijdverlies, levert dat ook nog eens een hoop ergernis op.

#5 Ambulanterfanters
Wat vroeger door de schoolleider en bij een grote school met één part-time adjunct geregeld werd, is nu ook belegd bij bouwcoördinatoren, team-, cluster- of locatieleiders. De vraag is of dit in de meeste basisscholen wel nodig is. Volgens de organisatiekunde is een normale span of control is 12-15 mensen per leidinggevende. Daarnaast zien we een uitdijende groep remedial teachers, ib’ers, zorgcoördinatoren, vertrouwenspersonen, taal-, lees-, reken- en andere specialisten, etc. op zich zinvol werk buiten de klas doen. Maar ….. al deze mensen vragen ook wat van je tijd voor overleg, om een vragenlijst in te vullen, om even mee te denken of even bij te kletsen.

#6 Overvragende ouders
Waar vroeger twee of drie keer per jaar een ouderavond volstond, is het nu heel normaal dat er frequent oudergesprekken zijn als er iets aan de hand is of als de voortgang van de begeleiding daar om vraagt. Vaak zijn die gesprekken ook nog eens dubbel omdat ouders gescheiden zijn. Daarnaast zijn er inloop- of informatieavonden, heeft de school een nieuwsbrief of website die frequent gevuld moet worden met wetenswaardigheden en rekenen ouders erop dat hun e-mailtje ook per kerende post beantwoord wordt. Tot zover het ‘normale’ contact. Meer belastend worden de ‘onredelijke’ wensen, verzoeken en eisen die ouders met fysiek en/of verbaal geweld in het belang van ‘hun’ prinsje of prinsesje op het bord van de leraar leggen. Onder het mom van ‘klantvriendelijkheid’ worden de grenzen van fatsoen overschreden. Een bijkomende uitwas is dat scholen steeds meer gaan registreren om zich in te dekken tegen mogelijke juridische gevolgen.

#7 Niet slim organiseren
Waar men vroeger kon volstaan met af en toe een teamvergadering, staat de jaarplanning nu al bij voorbaat vast, omdat werk- en gezinsleven zich voor de veelal part-time werkende leraren anders lastig laat combineren. Daarnaast hebben veel teams nog steeds last van het ‘not-invented-here syndroom’, doen we alles toch het liefst samen (iedereen moet er zijn ‘plasje’ over kunnen doen), moet de evenementencommissie toch weer net iets meer doen dan het vorig jaar en is leiderschap toch vooral de persoon van de schoolleider en geen organisatiekwaliteit. De manier waarop we in het onderwijs organiseren is niet altijd ‘slim’ en nodig aan een opfrisbeurt toe.

#8 Experitus
Wat vroeger aan ontwikkeling vooral door leraren zelf gedaan werd, is eerst via onderwijsbegeleiding en nu ook met hordes andere ‘experts’ de school binnen gekomen. Ging het in oorsprong vooral om zaken die direct met het primaire proces te maken hadden, nu gaat het bijvoorbeeld ook om schoolontwikkelvragen, fusiebegeleiding, eigentijdse verantwoording, governance issues, PR en communicatie, arbeidsgeschillen, coaching of in-company trainingen. Het team en/of de schoolleiding heeft geen focus en wil alles, omdat men eigentijds wil zijn en de school wil profileren. En ….. ook deze experts claimen tijd in de agenda, vragen je om wat voor te bereiden, te lezen of uit te werken. Misschien is wel het ergste dat ze je, ondanks alle inzet en goede wil, vaak het gevoel geven dat je een eigenlijk een beetje incompetent bent.

#9 Leuke projecten
Waar je vroeger alleen je lesprogramma en de actualiteit uit de krant had, wordt de school nu overspoeld met projecten. Naast de projecten waar de school bewust voor kiest, wordt er vaak een beroep op de school gedaan om mee te doen aan een landelijk project (Koningsdag, Kinderboekenweek of het Nationale Schoolontbijt) of een goede doelen actie (Kinderpostzegels, Jantje Beton Collecte, een Serious Request). Ook lokale sportverenigingen, clubs en de middenstand weten de school te vinden met hun goedbedoelde acties. En dan is er natuurlijke ook altijd nog die enthousiaste collega, die op het internet of via een kennis een mooi project gevonden heeft waar we zeker aandacht aan moeten besteden. Kortom er is zoveel leuks voor de kinderen.

#10 Te weinig vakleraren en extra handen in de klas
Waar je vroeger alle vakken zelf gaf is er een tijd geweest dat er voor verschillende specialismen vakleraren waren, waardoor je als groepsleraar ook even een adempauze had. De nuttige handwerken (akte k)werden in rap tempo vervangen door gymleraren, teken-, muziek- of dramadocenten en her en der is ook nog een verdwaalde cultuurcoördinator of W&T specialist te vinden. Door de academisering en het verschuiven van de aandacht in het curriculum van de pabo’s komt er onvoldoende vaardigheid de basisschool binnen op het gebied van de ‘doe’ vakken. Als er al ruimte is in de weekplanning, dan ontbreken in de school simpelweg de voorzieningen, de middelen en de know how om op een goede manier inhoud aan deze belangrijke vakken te geven. De vakleraar wordt node gemist en ook het extra paar handen van de klasse-assistent is wegbezuinigd.

Ik ben niet cynisch en pleit zeker niet voor een restauratieve beweging maar wel voor wat meer realiteitszin. Daarom een paar aanbevelingen tot slot:

  1. Er zijn teveel afleidende zaken die aandacht van leraren vragen. De pedagogische opdracht moet terug in het hart van onderwijs.
  2. Je kunt constateren dat er in de loop van de tijd steeds meer bijgekomen is, maar dat er eigenlijk niets is afgegaan. Echter niets weerhoudt teams ervan om een aantal zaken eens goed tegen het licht te houden en flink te downsizen (met toestemming van Sander Dekker).
  3. Laten we onszelf een helder doel stellen voor over pakweg vijf jaar: De helft minder papier, de helft minder overleg en twee keer zoveel maatschappelijk vertrouwen.

The growth mindset

Carol Dweck is een Amerikaanse psychologe die al meer dan 30 jaar onderzoek doet naar de relatie tussen motivatie en prestatie. Ze leert ons  het verschil tussen een fixed mindset en een growth mindset.

Kinderen met een fixed mindset hebben het idee dat intelligentie onveranderlijk is. Deze kinderen vinden het belangrijk om te laten zien dat ze slim zijn en willen ook graag zo overkomen. Ze vermijden daarom uitdagingen en willen graag alleen dat doen waarvan ze zeker weten dat ze het kunnen. Als iets moeilijk is, worden deze kinderen erg onzeker en angstig.

Kinderen met een growth mindset gaan ervan uit dat je je eigen intelligentie kunt ontwikkelen door bij te leren. Deze kinderen willen graag bijleren en vinden het niet erg om te laten merken dat ze iets nog niet weten. Uitdagingen maken dat deze kinderen hard gaan werken en blijven doorzetten. Hierdoor voelen deze kinderen zich slim.

Meer lezen:

Nivoz: Recht doen aan verschillen

Education Week: Carol Dweck revisits the growth mindset

Eduratio: Link lijst

 

Alle goeds ook na 2016 ..

Aan het begin van zo’n nieuw jaar hebben we zoals altijd vele goede voornemens, ook voor het onderwijs.

kaart1

2015, o.a. met het #Onderwijs 2032 debat, de ‘Leerwijzer’ van de Nationale Denktank, Kindcentra 2020 en de proefballonnetjes van staatssecretaris Dekker, heeft ons een lawine aan ideeën opgeleverd voor toekomstgericht onderwijs. Ja collega’s, verandering is en blijft de enige constante in ons werk. Dat is ook niet verwonderlijk want onderwijs ligt in het hart van een vitale samenleving. Ieder maatschappelijk vraagstuk komt iedere dag op kindervoetjes onze klassen binnen.

Tijd om 10 goede voornemens met u te delen over de richting die ik de komende 10 jaar wel met ons onderwijs uit zou willen.

  1. Onderwijs wordt topprioriteit nummer één bij de komende verkiezingen in 2017. Toenemende geopolitieke spanningen, de maatschappelijke onrust en toegenomen onzekerheid leiden tot het urgentiebesef dat investeren in goed onderwijs essentieel is voor de gewenste samenleving van morgen. Historisch besef, culturele sensitiviteit, morele ontwikkeling en samenlevingsvermogen zijn de bouwstenen voor zo’n fundament. De maatschappelijke opdracht aan het onderwijs verandert.
  2. Ook de vorm willen we nog meer ‘passend’ maken. De basisschool wordt eerst een ‘kindcentrum’, maar groeit door naar een ‘Ontwikkelcentrum’ voor een leven lang leren. Naast de formele leeromgeving, die we school blijven noemen, is het een slim samenstel van publieke en private instellingen en organisaties die opvoeding, ondersteuning, opvang, onderwijs, ontmoeting, ontspanning, kortom ontwikkeling in de meest brede zin van het woord dient.
  3. Ook onze kijk op het beroep van leraar verandert. Één vaste leraar voor de klas heeft de langste tijd gehad. Niet alleen vanwege de flexibele openings-, onderwijs- en vakantietijden, maar ook omdat er meer specialisatie in het vak nodig is. Niet alleen voor het jongere- (0-8) en oudere (9-15) kind, maar ook als vakleraar, classroom-flipper, curriculumdeskundige), onderwijsinnovator of zorgspecialist.
  4. De leraar is slecht één van de vele professionals die straks in het Ontwikkelcentrum samenwerkt aan de ontwikkeling van kinderen. Naast andere bekende kindberoepen als de pedagogisch medewerker, de remedial teacher, de psycholoog of de JGZ consulent, zien we er straks ook nieuwe beroepen als de wijkpedagoog, gezinscoach, app-maker, feestorganisator, duurzaamheidsdeskundige en de bezinningsbegeleider ontstaan. Ook komen we een webfiliaal van de ‘thuisbezorg professional’ tegen of het nu voor de oppas, de bijles, de haal- en-breng service, de klusjes, de aanspraak of de boodschappen is.
  5. Het ‘Ontwikkelcentrum is een basisvoorziening vanaf 2 jaar, met gelijke kansen voor iedereen. Een beperkt aantal kerndoelen vormt het ‘harde curriculum’, is niet onderhandelbaar en wordt gerealiseerd in maximaal 60% van de onderwijstijd. Niet alleen cognitief, creatief of sportief talent ontwikkelen we daar, maar bijvoorbeeld ook dienstverlenend, zakelijk, technisch of ondernemend talent weten we te waarderen. Het Ontwikkelcentrum doet niet alleen aan talent(h)erkenning, maar werkt regionaal samen aan talentmaximalisatie. Wat in potentie tot de wereldtop kan behoren, brengen we zo vroeg mogelijk samen en ontwikkelen we doelgericht.
  6. Technologie heeft een verpletterende impact op de samenleving en dus ook op het onderwijs. Routinetaken als kopiëren van remediërend materiaal, huiswerk en correctie zullen verdwijnen. Nieuwe mogelijkheden blijven zich voortdurend aandienen. We staan open voor die ontwikkelingen, experimenteren ermee en bepalen kritisch wat bruikbaar is. Leren kan dan wel overal, altijd en met wie je wilt, maar voor je ‘vorming’ kom je naar school om daar zinvolle tijd onder ‘wijzen’ door te brengen.
  7. Leraren en andere begeleiders maken kinderen weerbaar, zelfstandig, ondernemend en innovatief. Daarom beschouwen we de school steeds meer als een leer-, leef- en werkgemeenschap, een soort eco-systeem waar je veilig kunt oefenen in samenleven 3.0. Daar werken we aan je ‘zelfvertrouwen’, helpen we je bij het slechten van je ‘frustratiedrempels’, leren we je om te gaan met anders denkenden en waarderen je ‘fouten‘ als essentieel onderdeel van je ontwikkelproces. Eerlijke directe feedback is daarvoor de sleutel.
  8. Ook aan de inhoud willen we graag wat veranderen. Onderwijs gaat over leren, ontwikkelen, over onze toekomst, over de samenleving verder willen brengen en focust op de grote uitdagingen voor de mens. Ons onderwijs wordt levensecht (onderzoekend, ontdekkend, ontwerpend en ondernemend), puzzelt met de paradoxen van deze tijd op het gebied van economie & ecologie (duurzaamheid), migratie & democratie (wereldburgerschap), rechtvaardigheid & zorg (moraliteit) en vraagt een andere kijk op kennisontwikkeling: Het gaat straks niet meer om wat je weet, maar wat je met die kennis doet.
  9. We gaan dus ook wat anders naar de toetsen kijken. Natuurlijk blijft het goed bepalen van de voortgang op de ‘basics’ van belang, maar dan minder in de vorm van gestandaardiseerde toetsen en een leerling(achter)volgsysteem, maar meer als behaalde mijlpalen in je ontwikkelportfolio. We werken in samenspraak met ouders en andere professionals aan pedagogische-, didactische-, sociale- en morele ontwikkeldoelen voor ieder kind.
  10. En we gaan onderwijs ontdoen van haar stoffig imago. Onderwijs is vitaal, het bruist, het is iedere dag anders en vraagt heel veel van ons als mens en als vakman of -vrouw. Leraar zijn is een roeping, een professie, een top(sport)baan! Dat gaan we iedere dag laten zien, dat stralen we uit in onze aanpak, dat maken we duidelijk in positieve verhalen en dat laten we merken in het plezier dat we met elkaar beleven in de school.

Collega´s, het mooie van onderwijs is dat het iedere dag opnieuw gemaakt wordt. Ook in 2016 weer.

Laten we er samen weer een boeiend jaar van maken.