No Spang

Enkele maanden geleden ben ik begonnen aan een nieuwe uitdaging als bestuurder in het primair onderwijs. Tijdens mijn kennismakingsrondje langs de scholen stelde ik steeds de vraag: Wat heb je van mij als bestuurder nodig om je werk goed te kunnen doen. Het antwoord is steevast: tijd.

Nu kan ik veel, maar er zijn van die wetmatigheden waar je geen invloed op hebt. Tijd is daar een goed voorbeeld van. Als je doorvraagt is het frappant dat het in het vervolg van het gesprek dan steeds gaat over piekbelasting, taakomvang, werkdruk, etc. Het is curieus dat dit allemaal begrippen zijn met een andere ‘maat’ dan tijd. Het gaat over iets dat je belast, dat (te) groot is of spanning bij je veroorzaakt. Iets negatiefs dat van buiten komt waar je onvoldoende invloed op lijkt te hebben. Veel van deze zaken zijn de afgelopen decennia met het Angelsaksisch marktdenken over de oceaan komen waaien. Ook in onderwijs en zorg hebben we te maken met concurrentie, excellentie en alle turbulentie (lees: kouwe drukte) die daarbij hoort.

Het einde van een hete zomer komt in zicht en de vakanties zitten er weer op. Ik stel voor dat we dit jaar eens beginnen met een goed voornemen dat vanuit de rijksdelen over zee tot ons komt. Een bekend gezegde in Suriname luidt immers: ‘Jullie hebben de klok en wij hebben tijd’. Daarmee doet men geen generaliserende uitspraak over de volksaard, maar de lokale omstandigheden, met name de temperatuur, zijn simpelweg te belastend voor lichaam en geest om in ons moordend tempo te kunnen werken. Niet voor niets begint men ook in mediterrane landen veel vroeger met werken en houdt men op het heetst van de dag een siësta. Vele mensen volgden deze zomer dit voorbeeld. Slimme mensen passen zich immers aan aan de omstandigheden.

Naast ‘klimaatproblemen’ in vele schoolgebouwen, zijn er in het onderwijs genoeg belastende of zich opdringende omstandigheden aan te wijzen: uit de bocht vliegende kinderen, (te)veeleisende ouders, niet passend onderwijs, oeverloos overleg, klagende collega’s, de papieren werkelijkheid, dat leuke project dat net niet in de planning past en 1001 andere futiliteiten die iedere dag om jouw aandacht schreeuwen.

Als je ook in het onderwijs een wat aangenamere gevoelstemperatuur wilt ervaren, dan moet je stoppen met het wijzen naar anderen, want de wereld om ons heen gaat zich namelijk niet aan jou aanpassen. Jij hebt echter wel een keuze hoe je kijkt naar en om wilt gaan met belastende omstandigheden. Als je elke zin waarin je het woord ‘moeten’ gebruikt vanaf nu eens gaat vervangen door ‘ik kies ervoor om …’ dan ziet de wereld er een stuk anders uit:

 

IK MOET …. IK KIES ERVOOR OM …
dat kind alweer tot de orde roepen dat kind te accepteren
met die zeurouders praten betrokken opvoeders te ontmoeten
dit vandaag nog af krijgen eerder te beginnen
altijd bereikbaar zijn op gezette tijden beschikbaar te zijn
van alles doen wat er steeds bij komt mijn stem te laten horen
werken Een andere baan te nemen

Wie kent niet een collega die overdag op school een wat uitgebluste indruk maakt, maar zich wel elke avond met passie en plezier op vrijwillige basis inzet voor een lokale vereniging? Wint jouw hobby het van je beroep?

Het heeft natuurlijk alles met energie te maken, met dingen doen waar je blij en gelukkig van wordt. Ontdek waar je energie zit en waar die lekt en ga slimmer om met ‘belastende’ omstandigheden in je dagelijks werk.

Om de temperatuur de baas te blijven hebben Surinamers een houding van accepteren, loslaten en weer doorgaan. Aanvaarden dat er zaken zijn waar je toch geen invloed op hebt, rustig door blijven ademen en genieten van het moment. In Suriname voelt het heel natuurlijk aan om alles een tandje langzamer te doen en ervanuit te gaan dat alles wel op z’n pootjes terecht komt, maar als je bent opgegroeid in een land waar niet zo geleefd wordt dan lijkt de klok belangrijker dan de tijd.

Dus no spang (het komt goed) en een fijn schooljaar met veel werkplezier toegewenst.

Deze column downloaden >>>

2018 Verbinden op verlangen

De jaarwisseling is altijd een mooi moment voor een overpeinzing. Op de grens van 2018 sta ik stil bij de vraag: ‘wat zou je het onderwijs wensen’. Ik ga niet een beetje glazig in een bol zitten staren, maar ik ga u als lezer prikkelen en enkele gewetensvragen voorleggen. Want volgens mij moet het voor ons als system leaders, change agents, influencers of gewoon als vakmensen in het onderwijs in essentie blijven gaan om de vraag: ‘Hoe ga ik verschil maken in het leven van dit kind?’ En let dan vooral even op ‘ik’ en ‘dit kind’, want daar gaat het volgens mij om. Wat kan IK doen? En niet vaag voor iedereen, maar voor DIT kind….

Ja wat zijn dan mijn wensen in voor:

kinderen …

Ik hoop vooral dat hun jeugd straks een gelukkige tijd was waar ze met een glimlach aan terugdenken. Een tijd waarin ze meer zelfvertrouwen kregen, waarin ze in hun relaties met anderen zelfsturing ontwikkelden en waarin ze uiteindelijk ook leerden om zelf bewust te zijn en zelf weloverwogen keuzes te maken.

Ik hoop vooral ook dat ze tijdens hun schooltijd veel in aanraking zijn gekomen met een niet gemanipuleerde wereld. Een  wereld die niet of dan toch liefst zo min gekleurd is door virtual reality, reclame, manipulatie of erger nog censuur. Een levensechte wereld die je ziet, hoort, voelt, ruikt, beleeft en meemaakt. Een wereld die je voor raadsels, vragen en uitdagingen plaatst, die je spelenderwijs en proefondervindelijk mag ontdekken. Een wereld die iedere dag mooier, beter, anders, gezonder, duurzamer, eerlijker of  gewoon wat gezelliger mag. Meer verbinding met die uitdagende pure wereld, dat is wat ik alle kinderen gun.

De leraar en …. die andere professionals

Een belangrijk deel van die jeugdbeleving van kinderen is terug te voeren tot hun ervaringen op school. En helaas zijn die volgens mij nog teveel afhankelijk van de toevalligheid van de klas of de leraar.

Sommige kinderen zitten jarenlang in dezelfde klas waarin de sociale structuur of het leerklimaat niet goed is. Niet veilig, ordeverstoringen, pestgedrag, uitsluiting, criminaliteit, een stapeling van te complexe multiproblematiek, die voor niemand echt goed te handelen is.

Sommige kinderen hebben ook de pech dat ze te weinig goede voorbeelden krijgen, dat het team weinig divers van samenstelling is, dat ze toevallig jaar in jaar uit bij minder sterke leraren zitten, dat er meer vanuit de methode dan vanuit levensechte vragen gewerkt wordt, dat kunst en cultuur in de randen van het curriculum terecht zijn gekomen zijn. Dat de school nog niet echt die oefenplaats is tussen thuis en de samenleving waar Gert Biesta over droomt en schrijft.

Dat is de reden waarom ik met vele lerarenopleiders, het werkveld en andere partners de pedagogen met passie van de toekomst op wil leiden. Authentieke persoonlijkheden, die een aansprekend voorbeeld voor kinderen willen zijn. Mensen met een rijk ontwikkelde professionele identiteit, die vanuit hun diepste overtuiging gaan staan voor dit kind. Optimistische, nieuwsgierige, ondernemende en creatieve mensen met een waarom-niet mentaliteit. T-shaped professionals die interprofessioneel kunnen samenwerken, die niet alleen in de diepte heel goed zijn in hun vak, maar vooral ook in de breedte alles in en om de school kunnen verbinden wat bijdraagt aan een optimale ontwikkeling van dit kind.

Ik gun leraren de tijd van hun leven in misschien wel het meest betekenisvolle beroep dat er bestaat. Ik gun ze dat ze mogen werken in scholen, die het kloppend hart vormen van een vitale samenleving, dat de maatschappelijke herwaardering voor hun vak na alle acties van de laatste tijd nu eindelijk eens doorzet. Maar ik gun ze vooral dat ze de verbinding met hun roeping terugvinden en dat ze zich vooral druk blijven maken over die ene prangende vraag: Hoe kan ik verschil maken in het leven van dit kind. Al het andere is bijzaak.

Het onderwijs ….. of de kindontwikkeling

Dat brengt me bij ons, bij jou. Hoe kun jij verschil maken in het leven van dit kind? De basis is op orde in Nederland. Kinderen zijn hier over het algemeen gelukkig, krijgen hier min of meer gelijke kansen en mogen excelleren. We hebben een uniek systeem waar we best wat trotser op mogen zijn (Lees The Dutch Way er maar eens op na) en toch slagen we er nog steeds niet goed in om alle ideeën, creatieve oplossingen, proeftuinen, kantelaars en frisdenkers uit de steeds groter wordende onderstroom van het onderwijs goed met elkaar te verbinden.

We horen beloftevolle verhalen van leraren en schoolleiders. Ze lopen vast op oud denken van bestuurders, toezichthouders en beleidsmakers, die vanuit hun eigen beperkte onderwijservaring, sterk gekleurd door het verleden, beslissen over de toekomst van ons onderwijs.

We zien de prachtige voorbeelden van gamechangers, scholen die hun innovatieve ideeën met verve neerzetten, maar zich mogen verantwoorden in achterhaalde verantwoordingssystemen die alleen het meetbare toetsen, maar zeker niet het merkbare aan het licht brengen.

We lezen inspirerende verhalen van onderwijsdenkers uit binnen- en buitenland, die de geest van velen in beweging zet. De actie blijft echter uit als het plan eerst op papier moet om vervolgens te verzanden in de bureaucratie van spreadsheetfundamentalisten en andere turfsmurfen.

In de waan van de dag lijkt het wel alsof het ‘systeem’ ervoor zorgt dat al deze gemotiveerde mensen steeds verder van de kern van hun vak afdrijven, want de bijzaken zijn helaas de hoofdmoot van hun werk gaan vormen. Ze haken af omdat hun diepste motivatie niet meer geprikkeld wordt. Ze geven het op, omdat ze zich zo vaak –ondanks alle goedbedoelde adviezen en ondersteuning- toch heel eenzaam voelen in hun strijd voor dit kind. Er is namelijk geen aandacht meer voor hun eigen behoeften.

In onzekere tijden lijkt risicomanagement het toverwoord en is er vooral oog voor de bevrediging van de systeembehoeften. Het klopt allemaal op papier in de gemanipuleerde wereld, maar hierdoor zijn we  wel de passie van de professional een beetje kwijtgeraakt. En daar ben ik, daar ben jij, daar zijn wij samen aan zet.

Nu is ook het momentum om elkaar te verbinden op verlangen. 30% van de leraren en 40% van het management verlaat het komend decennium het vak. Nog nooit was er in de NL onderwijsgeschiedenis een periode dat we in zo’n korte tijd zoveel nieuwe kennis, zoveel nieuwe ideeën, zoveel nieuwe energie, zoveel nieuwe mensen, zoveel nieuwe verbindingsmogelijkheden en zoveel nieuw elan aan het onderwijs toe kunnen voegen.

Dat is mooi gezegd, zult u wellicht denken, maar HOE doe ik dat dan? Door wat ze in Canada ‘leading from the middle’ noemen, is dan mijn antwoord. Iedereen zit in het midden van vele systemen. Voor je en na je komt er een ander leerjaar. De middenbouw zit na de onderbouw en voor de bovenbouw. De basisschool komt na de voorschoolse periode en voor het voortgezet onderwijs. De school is de oefenplaats tussen thuismilieu en maatschappij. De leraar staat tussen kind en ouder, de leider tussen medewerker en bestuur, het bestuur tussen school en overheid, de belangenbehartigers tussen leden en beleid.

Kortom om met Covey te spreken we hebben allemaal een circle of influence om te verbinden op verlangen. Verlangen om datgene te doen wat goed is voor dit kind of deze kinderen. Dat is onze morele maatschappelijke opdracht. Kinderen hebben er recht op.

Verbinden op verlangen

Tenslotte gun ik ons als Nederlands onderwijs dat ons verlangen naar verbinding ook werkelijkheid wordt. Dat het jou en mij -ondanks alle barrières- lukt om in verbinding te blijven met ons diepste verlangen, want dit is de motor voor de motivatie, die jij en ik iedere dag nodig hebben om verschil te kunnen maken in het leven van dit kind. Ik gun ons en het onderwijs in 2018 dat het verbinden op verlangen leidt tot meer zelfvertrouwen bij de professional en meer maatschappelijk vertrouwen in onze sector.

Een goed 2018 toegewenst met wat minder werkdruk en veel werkplezier.

Download deze overdenking >>>

 

spelen met gedachten